![]() ![]()
Uit doop-, trouw-, begraaf-boeken, de burgelijke stand etcetera weten we dat de twaalf Stapels in de tabel hiernaast van Gendtse oorsprong in diverse beroepen bij de gemeentelijke of rijksbelastingen werkten. Mogelijk meer, maar tot nu toe vond ik alleen deze.
Bovenaan staan de nakomelingen van Johan Hendrik, oudste zoon van onze stamvader David. Die had als Duitse immigrant (nu allochtoon genoemd) twee zonen bij de Nederlandse belastingen werken: Johannes (I) die met vier zonen Borculo en omgeving bestreek en Hendrik, die de riviervaart deed met twee zonen en schoonzoon Jacobus Hendrikus Ritmeester uit Brielle, man van Hendriks' oudste dochter Sophia Cornelia. Dan twee achterkleinzonen van Johan Hendriks' zoon David (II): mijn ooms Chris en Ben, diens zoon Bernardus Cornelis en ook twee zonen van hun tante (Hendrina) Alijda werkten bij de belastingen: Hendrik Willem Frederik Zoetekouw stierf als hoofdcommies 40 jaar oud in Amsterdam en zijn jongste broer Johannes Bernard was rijksklerk belastingen resp. in Eindhoven, Amsterdam en Venlo. Tenslotte had Davids' zoon Frederik twee Haagse achterkleinzonen en ook, via zijn dochter Aleida een kleinzoon Jan George Schneijder uit Waardenburg, allen bij de belastingen. Het schema beneden verduidelijkt hun verwantschap. Een ambtenarenblad naar het model van het Algemeen Politieblad heb ik nog niet gevonden. Mijn genealogie gegevens verzwijgen elk detail over het belastingwerk van de vroegere Stapels. Toch, bij de term sloeproeijer van 170 jaar geleden zie ik een jonge Hendrik Stapel verwoed aan de riemen trekken om rechten en cijnzen te kunnen innen van voorbij zeilende schippers. Om dan later weer aan wal de ontvangsten met zijn ganzeveer in de boeken te pennen. Boeiend is dat Willem Frederik (II) en zijn vrouw Rijkje Dorst, ouders van de Haagse belasting-Stapels en zelf koffyhuishouder en dienstbode, hun kinderen grootbrachten tot beroepen als procuratiehouder, antiquair, VOC historicus (F.W. Stapel) of commies bij de Algemene Rekenkamer. Terwijl hun familieleden kastelein of tapper, kapper, houtkoper, stoker, koetsier, bediende of lantaarnaansteker waren. Zijn vader Willem Frederik (I), de eerste Gendtse Stapel die 1825 in Den Haag trouwde, begon nog als voerman in de Betuwe, werd in Den Haag meteen koetsier, maar was in de geboorte akten van zijn kinderen vanaf 1836 tapper. Maar verder houd ik het dus bij een werkbeschrijving van mijn ooms Chris en Ben, bij wie ik in mijn jonge jaren altijd gastvrij onderdak kreeg ook als ik weer eens onaangekondigd bij hen aanbelde. De gezinskaart van Chris uit Amsterdam en die van zijn vader uit Roosendaal geven al veel details maar Bea, zijn jongste dochter, heeft ook nog andere documenten over zijn werk gevonden. Meer bijzonderheden daarover zijn te zien bij Chris Stapel. Van oom Ben heb ik een paar gegevens van de Roosendaalse gezinskaart van zijn vader en een indruk rond 1961 van zijn ruime werkkamer op de 1ste verdieping van het Ministerie van Financiën aan het Buitenhof. Ik hoor hem nog bedachtzaam en toch stevig formuleren. Zijn dochter Emmy heeft in alle drukte rond haar gezin én het werk én een verhuizing toch nog tijd vrijgemaakt om die zolderdoos met familiespullen te bekijken! Zie verder bij Ben Stapel. Uit gezinskaarten valt op dat er vaak van adres werd gewisseld. Men verhuisde bij wijze van spreken als er behangen moest worden en ging met de werkplek mee. Dat was kennelijk normaal en de arbeidsmobiliteit in het vooroorlogse Nederland was dan ook navenant groot. Zonder openbaar vervoer of fiets woonde en werkte je noodgedwongen op loopafstand. Daar stond bij de belastingen wel een buitengewone bestaanszekerheid tegenover. Het innen, documenteren en verantwoorden van belastinggeld vormde ook toen zowel bij het rijk als bij de gemeenten de basis voor het correct functioneren van de overheid en van de staat. Die had er dus alle belang bij haar experts te koesteren en maakte dat toen nog tot prioriteit. |
Naam: |