Stapel op 't spoor.
![]()
In de twintigste eeuw waren
de Nederlandse Spoorwegen een heel grote werkgever in Roosendaal; zelfs nu nog kent de burgelijke stand er een aparte bron "personeel spoorwegen". Het
nieuwe internationale spoorweg grensstation was klaar in 1907,
het jaar dat mijn vader werd geboren. Met de bijbehorende werkplaatsen
bracht het Roosendaal een indrukwekkende groei aan
werkgelegenheid.
Mijn grootvader Bernard Stapel kende de spoorwegen al via zijn jongste tante Elisabeth die in Den Haag met machinist Willem Bertus Pabst was getrouwd en haar broer Christoffel, wiens dochter Wilhelmine Elisabeth in Vlissingen trouwde met Staatsspoor ambtenaar Karel Lodewijk Franciscus van den Broek. In elk geval werd Bernard op zijn 18e de eerste Stapel (of de tweede, zie Johannes Hendrik) bij 't spoor, mogelijk op aanraden van zwager Kees Zoetekouw. Die werkte al bij het spoor als conducteur toen Bernards jongste zus (Hendrina) Alijda hem in 1886 trouwde. Zijn oudere broer Johan Stapel was politieagent in Den Haag voor hij in 1899 met vrouw en kinderen naar Roosendaal kwam als conducteur; diens dochter Alijda trouwde later in Venhuizen met machinist Frederik Brugman. Ook Chris Hintzen , die in 1904 zijn schoonvader werd, was machinist bij het spoor, net als zijn twee broers Leendert en Pieter Hintzen en zijn neef Jacobus Hintzen. Dan waren er nog vier spoorweglieden onder de (achter-) kleinkinderen en hun mannen van Bernards' Gendtse oudooms: - Jan Willem: Een kleindochter van zijn dochter Aletta Maria Johanna Hendrica trouwde 1898 in Nijmegen met spoorweg ambtenaar Johannes Anthonius Josephus Marie Strenge; - Johannes (I): Dochter Johanna Maria van zijn oudste zoon Johan Hendrik Godfried trouwde 1892 in Zutphen met spoor- wegambtenaar Harm van Driesten; haar broer Johannes Hendrik Stapel was ladingmeester bij zijn huwelijk in 1896; - Hendrik Stapel: Kleinzoon Hendrik Stapel, zoon van Christiaan Willem Frederik, trouwde in Scheemda 1919 als spoorbeambte. Nog in die tijd moeten de verhalen hebben gespeeld die ik als jongetje bij familiebezoek hoorde: dat ze hun trein bij een boer stopten om er eieren te kopen of zich in de late zomer met passagiers en al tegoed deden aan de bramen langs de spoordijk. Die vrijheid, dat vond ik prachtig. Nu weet ik dat ze toen met een slakkegangetje reden volgens een tamelijk ontspannen dienstregeling. De Staatsspoorwegen openden in 1863 hun eerste lijn van Breda naar Tilburg met maar drie treinen per dag. En over die 25 kilometer deden ze 30 tot 40 minuten. Bovendien werd pas in 1909 een nationale tijd ingevoerd. Daarvóór was het in de locale tijd 12:00 uur 's middags als de zon ter plekke precies in het zuiden stond. De tijd tussen ver uit elkaar liggende stations in oost en west Nederland kon dan ook wel een kwartier schelen. Machinist was overigens geen gezond beroep: structureel onregelmatige dienst, letterlijk in weer en wind, in wolken stoom, olie en kolenstof. En in oorlogstijd mikpunt bij luchtaanvallen, waartegen de cabine-beplating echt geen bescherming bood. Ook ongelukken kwamen voor: Net als zijn oudste broer bijna 50 jaar tevoren stierf Bernard Stapel een bijzonder pijnlijke dood. Na een tragische botsing op 19 maart 1935, kort voor zijn 40-jarig spoorweg jubileum. Voor meer bijzonderheden klik op zijn link: Bernard Stapel Pas na de eerste wereldoorlog kwam de volgende Stapel-generatie aan de beurt. Om te beginnen machinist Jan Remijn uit Middelburg, Bernards eerste schoonzoon toen hij trouwde met Betsie Stapel. Begonnen bij een smid kwam hij met 19 jaar naar Roosendaal en had vóór hun huwelijk in 1933 te Rotterdam ook standplaatsen bij het spoor in Eindhoven, Den Bosch en Haarlem. Zijn dochter Elly weet nog dat in hun huiskamer lang een foto hing "van haar nog jonge ongetrouwde vader op de treeplank van een beroemde stoomlocomotief, de Arend, de 3737 of zo". Wijlen haar man Kees Dekkers was net als haar vader ook machinist. Henk Stapel koos als enige van Bernards kinderen een technisch vak. Met 19 jaar ging hij naar Amsterdam en was machinist op de stoomtram A'dam - Monikkendam. Na 3 jaar kwam Henk via Sliedrecht weer terug naar Roosendaal als machinebankwerker. In 1927 ging hij naar de NS werkplaats in Leidschendam. Toen hij trouwde in 1928 was zijn standplaats Rotterdam. Zes jaar later werd het Utrecht en Jutphaas. Vanaf 1938 werd het tenslotte en bleef het Roosendaal. Daar woonde in de vroege oorlogsjaren ook de toen gepensioneerde Johan Stapel een paar jaar bij hen in huis. Mei 1929 werd mijn vader Willem Stapel arbeider bij het spoor. Datzelfde jaar werd zijn standplaats Tilburg waar hij in 1934 trouwde. 1936 werd hij overgeplaatst naar Bergen op Zoom dat hij zijn verdere leven trouw bleef. In de jaren 30 en 40 heeft hij heel wat thuisstudie gedaan, waardoor hij gaandeweg klom in de NS hierarchie om in 1972 als commies met pensioen te gaan. Thuis namen we zijn onregelmatige werktijden voor lief, ze werden trouwens goedgemaakt door het vrije reizen. Henks dochter Beppie Stapel werkte na de oorlog 10 jaar op Roosendaalse bevrachtingskantoren, eerst bij Van Gent & Loos en later bij de NS. Ze zat daar als administratief medewerkster met zo'n 25 andere meisjes in één groot administratie-kantoor, tot haar huwelijk met Wim Schütz in 1956. In die tijd sprak het nog vanzelf dat een meisje vertrok als ze trouwde! Spoorlieden waren buitengewoon loyaal aan het spoor en de Stapels waren geen uitzondering: Fier op hun aandeel in de unieke rail infrastruktuur waar het wegverkeer toen nog niet aan kon tippen. Er was een hechte band die zich op allerlei manieren uitte. Een paar voorbeelden: Bij ons thuis sliepen collega's van mijn vader in onze kelder als er luchtalarm was. En vlak na de oorlog organiseerde de NS aansterk vakanties voor ondervoede kinderen. Er was een Stichting Socialen Bijstand aan Spoorwegpersoneel. En de NS beheerde een heel woningenpark voor haar Roosendaalse employees: de meeste van mijn familieleden bij het spoor hebben in een reeks huizen aan de Waterstraat en Spoorstraat gewoond, in huizen zoals het voorbeeld hiernaast afgebeeld. Een oorkonde die mijn vader kreeg bij zijn 25-jarig spoorweg jubileum bleef jaren in onze huiskamer hangen. De afstammingslijn van de Stapels bij het spoor is hiernaast schematisch weergegeven. In zwart de Stapels die bij 't spoor werkten. Aangetrouwde familienamen zijn niet opgenomen, wel de eerste Stapel waarmee zij verbonden waren. Opvallend is dat alleen bij de nakomelingen van Johan Hendrik beroepsmatige belangstelling voor de spoorwegen bestond. |
Het stoomtreingeluid bij deze pagina is via GRSites.com gemaakt. Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: 1-aug-1955 Amsterdam Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: 19-mrt-1935, Roosendaal, akte 52 Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: 27-jan-1990 Roosendaal Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: 27-okt-1980 Bergen op Zoom Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: onbekend Beroep: Naam: Geboren: Getrouwd: Overleden: onbekend Beroep: Er zijn geen jongere Gendtse Stapels bij 't spoor. De aantrekkings kracht van de NS verdween als afgewerkte stoom. Google satellietfoto met adressen van Bernard Stapel en andere markante spoorweg plekken in Roosendaal: 1. Vughtstraat, ouderlijk huis 1883 2. Badhuisstraat, idem ca 1900 3. Willemstraat 47 (nu 53) 1904 4. Emmastraat 56, na juli 1907 5. Emmastraat 78, tot ca 1924 6. Spoorstraat 114 en 152, na 1924 6. Spoorstraat 210, vanaf ca 1928 Bron: gezinskaarten Stapel. ![]() ![]() Links: Willemstraat 47, een eeuw geleden het geboortehuis van Henk en Willem (nu nummer 53 door tussenliggende nieuwbouw). Rechts: Een authentiek huis aan de Spoorstraat, waarvan ook het grote raam ooit hoger, smaller en gedeeld zal zijn geweest, met een sierboog die zich nog vaag aftekent boven de gele band.
|